Kwakende eenden

Een tijdje geleden las ik dat thuiswerkende Millenials het schouderklopje erg missen. Ze krijgen geen positieve feedback meer van hun leidinggevende of de collega’s. Heel simpel, omdat ze elkaar niet zo vaak meer zien.

Al ben ik als door de wol geverfde thuiswerker (als schrijver) gewend aan het niet altijd zien van collega’s, het verklaart wel waarom ik de snaterende Wilbur, mijn innerlijke criticus/kwakende eend, weer op de trap hoor flipperen.

Ik zet me alvast schrap. Ik wil geen Wilbur, ik wil een schouderklopje. Ik wil een collega die zegt dat ik mijn keuze de juiste is.

De deur zwaait met een doffe dreun tegen het deurkozijn. Wilbur hangt met zijn linkervleugel tegen de deurpost.

“Jij denkt dat je goed bezig bent?” Met een snuivend geluid steekt hij zijn snavel omhoog. Ik draai mijn bureaustoel en keer hem de rug toe. Het helpt niet. Zijn geluid staat nog aan.

Buiten klinken piepende remschijven en het rochelende geluid van een oude dieselbus. Gekwaak in de verte.

Achter mij snatert Wilbur: “Daar heb je mijn familie. Ze zijn het vast met me eens!”

Ik zuig lucht in mijn longen in de hoop genoeg lucht te verzamelen om omhoog te vliegen, weg van zeurende Wilbur.

Ken je dat? Zo’n innerlijke criticus of kwakende eend, die je voortdurend zegt dat je iets niet kunt? Dat je niet de juiste keuze maakt? Waarom je überhaupt aan iets begint, hoe haal je het in je hoofd?

Soms niet één, maar een buslading vol? Zoals nu? Ik wel, al jaren.

“Geef hem een naam, of teken hem”, zei een vriendin ooit tegen mij. “Dan kun je hem de deur wijzen of aanspreken. Dat maakt het makkelijker.”

Wilbur heet mijn kwakende eend. Al gauw waren ook Nel, Lotte, Tom, Bram, Donald en Sharon van de partij. Ik blijf eenden tekenen en bij gebrek aan inspiratie google ik sinds kort op babynamen voor Wilbur’s familie die maar blijft groeien.

Wilbur komt niet met taart en bloemen als er iets te vieren valt. Wanneer ik in mijn ogen een wereldprestatie heb geleverd, is hij een slootje verder. Wilbur kwaakt alleen als iets dreigt te veranderen, iets spannends staat te gebeuren of iets verschrikkelijk mislukt is. Hij voert vol liefde mijn onzekerheid. Niks schouderklopjes, een kurkdroge boterham met ontevredenheid kan ik krijgen. En zijn familie moedigt hem flink aan.

Nu is er zo’n moment van verandering. Ik sta op het punt een belangrijke beslissing te nemen. Ik wil Wilbur eigenlijk niet zien. En natuurlijk staat hij er nu. En door mijn getwijfel en onzekerheid heeft hij meteen zijn hele familie uitgenodigd.

Zeker, Wilbur is niet helemaal en niet altijd een ongewenste eend. Wilbur behoedt mij voor impulsieve stappen, helpt me bij beslissingen die je niet onbezonnen moet maken, neemt met mij de voors en tegens nog eens door. Soms.  Maar meestal hapt hij het laatste kleine broodkruimeltje zelfvertrouwen gretig weg. Juist als ik snak naar dat schouderklopje, de bevestiging, erkenning.

“Stel je niet aan!”, kwaakt Wilbur alsof hij mijn gedachten kan lezen. Instemmend snatert zijn familie achter hem. Hier en daar hoor ik zijn gevederde familieleden oefenen met oneliners die mij zeker de moed in de schoenen zullen laten zakken.

Met kleine pufjes laat ik mijn ingehouden adem ontsnappen. Opstijgen en wegvliegen helpt niet.

Ik draai mijn bureaustoel weer richting Wilbur. Ik trap tegen de onderkant van de deur aan. Met een onverbiddelijke klap valt deze in het slot, vlak voor de botte snavel van Wilbur en zijn kritische kwakende familie. Wilbur snatert geschrokken.

Kwekkerdekwekkerdewek”, snater ik en geef mezelf een schouderklopje. Geen tijd voor dat gekwaak.

Ontdek meer van Marjon Schiltman

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder