Met een diepe kreun valt de zware houten deur achter mij in het slot. Langzaam raken mijn ogen gewend aan het schemerlicht.
Gewapend met mijn nieuwe bibliotheekkaart loop ik naar de oude houten trap die naar boven slingert als een rivier door de uiterwaarden. Acht jaar en ik kan lezen. Met deze kaart mag ik boeken halen.
Ik zet mijn voet op de eerste van de uitgesleten treden en kraak naar boven. Boven komt zonnig licht naar binnen door de grote monumentale ramen.
Vóór mij zie ik de muur vol kleurige ruggen. Drie boeken mag ik meenemen, met verhalen uit verre en verzonnen oorden. Drie boeken uit een wand vol ‘Er was eens’.
——————————————————————————————————
Soms begint iets klein. Met een kind dat in een stoel genesteld ligt, een dik sprookjesboek op schoot en geen idee van tijd. Drie of vier dikke sprookjesboeken las ik in een week uit. Ook tijdens het spelen met vriendjes en vriendinnen verzon ik het liefst verhalen.
Daarna kwamen de boeken van onder andere C.S. Lewis, J.R.R. Tolkien en Astrid Lindgren. Ik wilde steeds vaker weten hoe iemand zo’n wereld kon bedenken. Ik vond het geweldig.
Op school waren Nederlands en Geschiedenis mijn favoriete vakken. Ook geschiedenis zit vol verhalen. Menig historisch roman ging mee van bieb naar huis.
Later, toen mijn kinderen klein waren, begon ik zelf te schrijven. Eerst voorzichtig. Kleine kinderverhalen en rijmpjes. Over Joeka bijvoorbeeld, een plant in de vensterbank van een basisschool. Ik tekende er ook bij. Eigenlijk nooit met een plan om schrijver te worden. Meer omdat ik het niet kon laten.

Toch koos ik ervoor om mijn creativiteit niet mijn rekeningen te laten betalen. Maar schrijven en illustreren bleven terugkomen. Voor een personeelsblad. Het logo voor twee basisscholen. Schrijven voor blogs. Voor lesmateriaal, workshops, cursussen en werkboeken.
Ondertussen bleef ik leren. Ik volgde opleidingen via de Schrijversacademie en Scriptplus. Ook deed ik illustratiecursussen. Omdat ik nieuwsgierig bleef naar hoe je een verhaal beter kunt vertellen en verbeelden.
En ineens was daar dat ene verhaal. Zo’n verhaal dat jarenlang in je hoofd blijft rondhangen. Personages die zich blijven melden terwijl je boodschappen doet of koffie zet. Of op vakantie, bij de zee.
Met begeleiding van schrijfcoach Machteld zette ik het eindelijk op papier. Gewoon kijken of het lukte.
Tijdens het schrijven kwam inspiratie uit soms onverwachte hoek. In mijn geval waren dat spelende buurmeisjes in de tuin. Zonder dat zij het wisten hebben ze bijgedragen aan het verhaal. Dankzij hen ontdekte ik dat een boek zonder paarden écht geen goed boek is.
Mijn schrijfcoach zei na het afronden van het verhaal: “Hier moet je meer mee doen.” Eerst wilde ik het manuscript sturen naar uitgeverijen.
Uiteindelijk kwam ik terecht bij Boekscout. Er zat haast achter. Mijn schoonmoeder had aangegeven dat ze niet lang meer wilde leven. Ik hoopte dat ze het boek nog zou kunnen zien verschijnen. Dat lukte helaas niet meer.
Omdat zij trots was op mijn schrijven en tekenen, nog voordat ik dat zelf echt durfde te zijn, staat haar naam voorin vermeld.
Misschien is dit uiteindelijk hoe verhalen ontstaan. Niet achter een bureau met een strak plan. Maar ergens tussen een sprookjesboek in een grote stoel, spelende kinderen in een tuin en iemand die op het juiste moment zegt: “Je moet hier iets mee doen.”

