Op Fuerteventura, in het vissersdorp Molinos, ontstond het idee voor Waarom de zee zo zout is. Niet aan een bureau, maar gewoon kijkend over het water. Pas later dacht ik: eigenlijk is het niet vreemd dat dit verhaal juist daar begon.
Via mijn oma liggen mijn wortels op Schokland. Juist de oma die ik als kind verhaaltjes ‘voorlas’. Schokland is een klein eiland dat ooit in de Zuiderzee lag en waarvan de bewoners in 1859 moesten vertrekken. Hun huizen verdwenen, gezinnen raakten verspreid en een manier van leven hield op te bestaan. Dat lijkt ver weg, maar familiegeschiedenis verdwijnt nooit helemaal.
Experts zeggen vaak dat een trauma generaties kan doorwerken. Hoeveel generaties precies weet niemand echt, maar het idee dat ervaringen van ouders en grootouders blijven doorleven in families, herken ik wel. Soms in verhalen, soms in gedrag, soms in een gevoel dat moeilijk uit te leggen is.
Misschien is het daarom ook geen toeval dat ik altijd graag naar eilanden ga, de zee op zoek en dol op vissersdorpjes ben. Ook is het misschien geen toeval dat mijn kinderboek gaat over ontheemd zijn, ergens bij willen horen, identiteit, vriendschap en de zee.
Want bijna iedereen kent dat gevoel wel. Niet alleen kinderen. Het gevoel dat je buiten de groep valt. Dat je anders bent. Dat je je plek nog moet vinden. Kinderen voelen dat vaak nog directer dan volwassenen.
Misschien herkennen lezers, en vooral kinderen, daarom iets van zichzelf in Waarom de zee zo zout is. Want uiteindelijk zoekt bijna iedereen naar hetzelfde: een plek waar je je thuis voelt en mensen bij wie je mag zijn wie je bent.
Waarom de zee zo zout is verschijnt binnenkort. De pre-order start op 12 juni. Wie zich alvast wil aanmelden, kan dat doen via de link hieronder:

